Tot in de jaren vijftig waren er in onze huizen geen
geisers, dus kwam er geen warm water uit de kraan. Omdat we
ook geen wasmachines hadden, werd de was met de hand gedaan.
Als er gewassen moest worden, werd een wasketel of teil
gevuld met water en dat werd dan heet gemaakt op een
kolenfornuis of petroleumstel. Dan werd de vuile was in de
week gezet en waren de vrouwen de hele maandag bezig met
schrobben, bleken en spoelen.
Je kon voor 2 cent per emmer ook heet water kopen bij een
waterstokerij in de Hoogstraat. Als kind werd je vaak op pad
gestuurd om dat hete water te halen en kreeg je de boodschap
mee om goed uit te kijken en vooral niet te morsen, want dan
ging water verloren en kon je jezelf er lelijk aan
verbranden. Bij de waterstokerij kon je ook petroleum,
aanmaakhout, kolen, turf en briketten kopen.
In de waterstokerij was een gemetselde ruimte waar achter
een ketel met daarin duizenden liters water stond. Onder de
ketel was een vuuroven, die werd opgestookt met briketten,
takkenbossen en allerlei afval dat er werd bij gegooid.
De waterstokerij was eigendom van de heer en mevrouw
Hagen. Ze waren dagelijks vroeg uit bed, omdat het zo'n
anderhalf tot twee uur duurde, voor het water heet was en de
eerste klanten al om zeven uur voor de deur stonden.
De maandag en dinsdag waren de drukste wasdagen, maar ook
op zaterdag, de baddag voor de kinderen, werd veel heet
water verkocht. Dan stond de wasteil bij ons in de huiskamer
en werd koud en heet water gemengd om er in te kunnen
badderen. We waren met 4 kinderen en maakten nogal eens
ruzie, over wie er als eerste in bad mocht, want als je als
laatste in de teil ging, was het water vies en lauw. De
andere dagen moest je jezelf aan de kraan wassen en vooral
in de winter met ijskoud water.
De komst van de geiser maakte in de jaren '60 een eind
aan deze dienstverlening.